Ballonvaart maken
Ballonvaart maken
Ballonvaart maken
Ballonvaart maken
Ballonvaart maken
Ballonvaart maken
Ballonvaart maken
Ballonvaart maken
Ballonvaart maken
Ballonvaart maken

  1. Ballonvaartmaken.com »
  2. Spreekbeurt over de luchtballon

Spreekbeurt over de luchtballon

Ben je op zoek naar een leuk onderwerp voor je werkstuk of spreekbeurt? De luchtballon is een leuk onderwerp waar veel over te vertellen is. Het makkelijkst is natuurlijk als je zo’n ballonvaart met eigen ogen hebt gezien. Je zou bijvoorbeeld naar een van de vele luchtballonfeesten kunnen gaan, waar meerdere luchtballonnen tegelijk opstijgen en je veel kunt leren over ballonvaren. Als je zelf al eens een ballonvaart hebt gemaakt is het natuurlijk helemaal handig en leuk, omdat je dan uit eigen ervaring kunt spreken.
Hieronder vind je alle informatie die je nodig hebt voor een toffe spreekbeurt of werkstuk.

De geschiedenis van de ballonvaart

Voor uitgebreide informatie over de geschiedenis van de ballonvaart: klik hier.

Wat is een luchtballon?

De ballon, of ook wel enveloppe genoemd, is het opvallendste deel van de luchtballon, door zijn mooie kleuren, reclametekst of aparte vorm. Vroeger werd de ballon gemaakt van licht geweven stof dat aan de binnenkant met papier werd beplakt. Hierdoor werd het omhulsel nagenoeg luchtdicht. De ballon die wij tegenwoordig kennen, is gemaakt van nylon met aan de binnen- of buitenkant een luchtdichte coating. Nylon is een lichtgewicht stof en erg sterk. In de “ballonfabriek” worden banen van nylonstof gesneden en aan elkaar genaaid. Over al die banen heen wordt een netwerk van sterke draagbanden (= tapes) bevestigd. Dat netwerk is het geraamte van de ballon en moet het zwaarste deel van de luchtballon dragen: de branders en de mand, met daarin behalve de gasflessen en instrumenten natuurlijk de piloot en zijn passagiers.



De mand onder de ballon is gemaakt van rotan (een sterk rietsoort), de randen zijn gemaakt van gevlochten wilgentenen en zijn afgewerkt met een stootkussen met daaromheen leer of suède. Aan de binnenkant van de mand zitten aan de zijkant en op de bodem ook kussens om het zo aangenaam mogelijk te maken voor de passagiers. Bij een hardere landing worden de ballonvaarders zo optimaal beschermd. In de mand staan ook de gasflessen. Bij kleinere ballons hoort een kleinere mand. Dan staan de gasflessen in de hoeken van de mand. Bij grotere ballons hoort een grotere mand en dan staan de gasflessen in een apart compartiment, waar ook de piloot zijn plaats heeft. De gasflessen worden met leren riemen of met trekbanden goed vastgemaakt. Boven op de mand staan vier of acht staanders met daarop de branders. De branders zijn bevestigd in een roestvrijstalen frame. Aan dit frame worden kabels vanuit de mand aan de ballonkabels bevestigd door karbijnhaken.



De branders bestaan uit een waakvlam, een hoofdbrander en een “koeienbrander”. De waakvlam brandt altijd, op gasvormig gas. De hoofdbrander en de “koeienbrander” moet de piloot steeds aan en uit zetten. De branders zijn spiraalvormig, met in dat spiraal kleine gaatjes. Als de piloot de hoofdbrander aanzet stroomt er vloeibaar gas in dat spiraal. Door de kleine gaatjes komt vloeibaar propaangas. Omdat de waakvlam brandt, zal er dus een grote vlam ontstaan. En nog eens extra op druk, omdat de spiraal steeds verwarmd wordt. De “koeienbrander” werkt weer anders: de piloot laat dan vloeibaar propaangas rechtstreeks in de waakvlam spuiten. Dat geeft een gele, zachtere vlam. Voor het vee beneden is deze vlam dus rustiger, vandaar dat het ook wel de “veebrander” wordt genoemd.



Ook zijn er instrumenten in de mand, zoals een hoogtemeter, een variometer, een temperatuurmeter, een kompas (en/of GPS) en een horloge. Met een hoogtemeter kan de piloot de hoogte aflezen waarop de ballon vaart. De hoogte wordt in de luchtvaart in voeten aangegeven en niet in meters. Een voet is ongeveer 30 centimeter. De variometer laat zien of de ballon stijgt of daalt. Zowel de hoogtemeter als de variometer maken gebruik van (verschillen in) luchtdruk voor hun waarnemingen. Met een temperatuurmeter kan de piloot zien hoe warm het boven in de ballon is. Vaak is dat ongeveer 100 graden Celcius. Een kompas of GPS gaat mee, zodat de piloot weet welke richting de ballon op “waait”. En natuurlijk gaat er een horloge mee, het is altijd handig om te weten hoe laat je opstijgt en weer landt.

Hoe vaart een ballon?

Als je 's winters boven een verwarming kijkt dan zie je dat hete lucht opstijgt. Ook 's zomers zie je opstijgende hete lucht boven het asfalt op de snelweg. Hete lucht is lichter dan koude lucht en daarom stijgt het op. Dit opstijgen van hete lucht in een koudere omgevingslucht noemen we de opwaartse kracht (wet van Archimedes). Een luchtballon is heel erg groot, omdat het heel veel hete lucht moet kunnen opvangen. Het totale gewicht van een opgestookte luchtballon is inclusief mand, branders en passagiers toch lichter dan de omgevingslucht en daarom stijgt een luchtballon op. Houd maar eens een voetbal in het zwembad onder water en je zult merken dat ook deze voetbal een opwaartse kracht ondervindt, omdat hij lichter is dan het zwembadwater eromheen.



Laat je een heteluchtballon een beetje afkoelen, dan wordt hij weer wat zwaarder dan zijn omgevingslucht en zal hij gaan dalen. Dit noemen we een neerwaartse kracht. Een (lichtere) luchtballon vaart op de onzichtbare zwaardere omgevingslucht. Dit is precies hetzelfde als een lichtere boot die op het zwaardere water vaart. Het verschil is alleen dat je water kunt zien en lucht niet. We noemen alle vormen van vliegen waarbij we het toestel lichter maken dan de omgevingslucht het zogenaamde lichter-dan-lucht-vliegen.



Meestal zie je alleen vroeg in de morgen of avond ballonnen zweven. Dit komt omdat er overdag meer luchtstromen zijn, wat gevaarlijk is omdat de piloot de ballon dan minder stabiel kan houden.

Hoe werkt een ballonvaart?

Voordat een piloot aan zijn ballonvaart begint, heeft hij of zij al heel wat voorbereiding gedaan. Van te voren moet er een startvergunning bij de desbetreffende gemeente worden aangevraagd. Op de dag van vertrek stelt de piloot zich op de hoogte van de weersomstandigheden. Hij raadpleegt het KNMI en internet. Een speciale internetpagina voor de kleine luchtvaart met zelfs een “ballonvaartverwachting” is daarvoor beschikbaar. Als het weer goed is, worden de passagiers gebeld. Zij horen dan hoe laat en waar zij op zullen stijgen. Misschien moet er nog een politie of brandweer gebeld worden of de verkeersleiding van een regionaal vliegveld. Ook worden de volgers gebeld. Zij komen naar het ballonbedrijf waar ze samen met de piloot de ballonauto ophalen en naar het startveld rijden. Op het startveld ontvangen de passagiers een instapkaart en een petje.



Er wordt een peilballonnetje (gevuld met helium) opgelaten om te kijken uit welke richting de wind waait. De ballon wordt immers altijd met de wind mee opgeblazen… Vervolgens wordt de mand uit de aanhanger gehaald en gereedgemaakt. Gasflessen worden vastgemaakt, de branders op de mand gezet en getest. Daarna wordt de mand op zijn kant gelegd en wordt de ballon aangekoppeld. De staaldraden van de mand worden door middel van een karbijnhaak aan de staaldraden van de ballon vastgemaakt. Ook wordt er een quick-release aan het branderframe en aan de volgauto bevestigd, zodat de ballon niet zomaar weg kan waaien.



De ballon wordt door twee mensen opengehouden en met een ventilator wordt er vervolgens koude lucht in de ballon geblazen. Als de ballon voldoende gevuld is, worden de passagiers bij de mand geroepen. Zij moeten bij de mand blijven, sommigen mogen alvast instappen (bij grotere ballonnen) de andere passagiers moeten de mand vasthouden en als de mand even later overeind staat mogen ze gelijk instappen. De piloot gaat namelijk met de branders de lucht in de ballon verwarmen, waardoor de ballon omhoog komt. Als iedereen is ingestapt en de piloot de laatste checks heeft gedaan, zal hij de branders weer aanzetten. Als de lucht in de ballon voldoende verwarmd is, en de ballon voldoende “lift” heeft, word de quick-release losgekoppeld van de ballon, zodat de ballon kan opstijgen. Tijdens de vaart zal de piloot de branders blijven bedienen. De lucht in de ballon koelt namelijk steeds af en moet worden bijgewarmd. Ook heeft de piloot af en toe contact met het volgteam om te zeggen waarheen de ballon drijft. Na zo´n uur varen, zal de piloot een landingsveld uitzoeken. Door minder de branders aan te zetten, koelt de lucht in de ballon af en zakt de ballon. Net boven het landingsveld trekt de piloot aan de “rip-line”. Dit koord is verbonden met een grote parachute in de top van de ballon. Als de piloot aan dat koord trekt, komt de parachute in de ballon naar beneden, waardoor er aan de bovenkant van de ballon een gat ontstaat. Hierdoor ontsnapt dan warme lucht en daardoor blijft de ballon op de grond. Als het rustig is (windkracht 2 of minder) dan zal de piloot de parachute weer laten sluiten, zodat de ballon overeind blijft staan. Dat noemen de ballonvaarders een “staande-landing”. Als er meer wind is (windkracht 3) dan zal de piloot de parachute uit de top van de ballon houden, zodat er lucht kan blijven ontsnappen. Echter de wind sleept dan de ballon een aantal meters door het veld en de mand valt om: een “sleep-landing”. Als de ballon is geland, gaan de volgers naar de eigenaar van het landingsveld, die krijgt een presentje. Na toestemming van de landeigenaar rijdt de volgauto het landingsveld op om de ballon in te pakken. Samen met de landeigenaar, passagiers, volgers en piloot wordt er dan een glas champagne gedronken en krijgen de passagiers een certificaat. Het bewijs van hun luchtdoop…

Andere soorten ballonnen

Naast de heteluchtballon is er ook nog de gasballon. In deze ballon zit in plaats van warme lucht een gas, meestal is dit waterstofgas of soms ook wel helium. Dit gas is van zichzelf al zo licht, dat de ballon zou opstijgen als hij niet verzwaard zou worden met zandzakken. Door nu gewicht (zandzakjes) uit de mand te doen kan de ballon opstijgen. Als de ballon tijdens de vaart zou gaan dalen heeft de piloot geen brander zoals bij de heteluchtballon. Hij moet de ballon lichter maken om in de lucht te kunnen blijven en dat doet hij door het uitwerpen van ballast, in de vorm van schepjes zand. Omdat dit zand tijdens het vallen uit elkaar waait, merken de mensen op de grond daar niets van. Ze krijgen dus niet ineens een zandzak op hun hoofd! In Nederland zijn bijna geen gasballonnen. Als de wind uit het oosten waait zie je wel eens gasballonnen in de lucht uit Duitsland. Je kunt een gasballon herkennen omdat hij kogelrond is en het mandje erg ver onder de ballon hangt.



Tot slot bestaan er ook nog combinatieballonnen. Dit is eigenlijk een gasballon die bedoeld is om heel lang in de lucht te kunnen blijven. Als het nacht wordt, koelt het gas af, waardoor de ballon zou gaan zakken. Dit wordt voorkomen door met een brander de lucht onder het gas warm te maken, waardoor het gas zelf ook weer warm wordt en de ballon niet daalt. Dit zijn de ballonnen die worden gebruikt om bijvoorbeeld rond de wereld te varen.

Ben je nog niet uitgelezen en wil je graag nog meer informatie ontvangen over de luchtballon, neem dan gerust contact met ons op.

View this page in English